Het heeft vrijwel gans de nacht geregend, en ook 's morgens
moeten we in een druilerig weertje de tenten opbreken. Vermits
de 'watjes' reeds weg zijn, kunnen we onze ontbijt in de hut
nemen. Tegen 10u30 vertrekken we dan (in de regen).
Na een dik uur wandelen over vlaktes van lavastof rusten we
even uit. Hier komt Koen tot de vaststelling dat hij zijn
regenjas (hij had zijn poncho aan) in de hut is vergeten.
Johan besluit dan maar om zijn jogging aan te trekken (en zijn
rugzak achter te laten) en een spurtje naar de hut in te
zetten. Wij wandelen ondertussen op een rustig tempo verder:
nog meer lavavlakten, nog meer regen, ...
Rond 1 uur houden we een korte middagpauze, en 20 minuten
later is Johan ook terug, mét de regenjas van Koen. Hierna
gaan we met een stevige pas verder (jawel, nog steeds in de
regen).
Na het doorwaden van nog een ijskoude rivier en een oversteek
met een brug beslissen we om in de eerste hut te overnachten.
We zijn nog wel enkele kilometer van Álftavatn, maar
dat doen we er morgen dan wel bij... De eigenares van de
eerste hut heeft ook nog een (omgebouwde) stal staan, en dat
is meer dan voldoende voor ons. We zitten droog onder dak,
er zijn matrassen, er staat een tafel, en er is een gasvuur
om te koken, ... wat moet een mens meer hebben?
Eerst kruipt iedereen even in zijn slaapzak om op te warmen
(zeker Johan die zich toch wel vergaloppeerd heeft in de regen). En
nadien bereiden we op gekende wijze weer de maaltijd. Er wordt
ook een poging ondernomen om de chocomouse klaar te maken.
De bereidingswijze wordt wel een beetje aangepast...
Maar uiteindelijk hebben we toch een perfecte chocomouse, die
misschien nog beter smaakt dan op eender welke andere plaats!
Tot slot wordt er thee gezet, en brengen we de avond door bij
kaarslicht. Enkelen leggen een kaartje, anderen schrijven
poëtische teksten in het gastenboek, ... Tegen 23u00
duiken we definitief in de slaapzak, maar niet voordat ieder
nog een pit-stop heeft ingelast.
|